Het slagwerk zijn alle instrumenten die door erop te slaan hun toon voortbrengen. Dit slaan gebeurt meestal met de handen of een stok. In aantal verschillende instrumenten is het slagwerk veruit het meest uitgebreid. Het slagwerk wordt onderverdeeld in melodisch en ritmisch slagwerk.
Het ritmisch slagwerk werkt op een vaste toonhoogte, zoals bv een trommel. Er kan dus alleen een ritme op gespeeld worden. Bij het melodisch slagwerk kan de toonhoogte wel veranderd worden.
De bekendste ritmische instrumenten zijn het drumstel met de verschillende soorten trommels en cymbalen, de tamboerijn, de triangel en windchimes. Melodisch zijn onder andere het klokkenspel, buisklokken, marimba, maar ook de pauken… Vele instrumenten kwamen uit de latijns-Amerikaanse
muziek zoals de bongo, conga, maracas (sambaballen) marimba, en minder bekende namen zoals agogo, cabasa, woodblok, claves…
Meestal staat het slagwerk achteraan in het orkest. De meeste slagwerkers moeten meerdere instrumenten voor hun rekening nemen en zo ziet men ze soms tijdens een stuk over en weer hollen om op het juiste ogenblik bij het juiste instrument te zijn.
Het drumstel is waarschijnlijk het bekendste slagwerkinstrument.
De pauken zijn voorzien van een voetpedaal waarmee de toonhoogte veranderd kan worden. Daarom worden de pauken tot het melodisch slagwerk gerekend.
De marimba wordt bespeeld door met stokken (mallets) houten latten te doen klinken. Hoe langer de latten, hoe lager de klank. De klank wordt versterkt door resonatoren (klankbuizen), onderaan het instrument. Het glockenspiel (klokkenspel) lijkt een vereenvoudigde marimba. Het principe is hetzelfde, maar de latten zijn van metaal en dikwijls ontbreken de resonatoren. Het glockenspiel klinkt hoger en metaalachtig scheller.

n 


Frank Vantroyen was rond de eeuwwisseling een tiental jaar dirigent van onze Koninklijke Fanfare Sint-Cecilia.