De koperblazers zijn een belangrijke groep in elk orkest. Ze zijn allemaal gemaakt uit een metaallegering, vandaar de naam. In grote lijnen is de opbouw van al deze instrumenten hetzelfde : Ze hebben alle een mondstuk dat tegen de lippen gezet wordt en een reeks geplooide buizen. Door de spanning van de lippen en de lengte van deze buizen te veranderen verandert de toonhoogte van deze instrumenten. Bij de trombone wordt de lengte verandert door de buizen in-en uit elkaar te schuiven, bij alle andere door een reeks ventielen te openen of te sluiten.
Ze worden onderverdeeld in “klein” en “groot” koper. Klein koper zorgt voor helderheid, scherpte en energie, groot koper geeft fundament en kracht en heeft een warmere en donkerder klank.
De trompet is de helderste koperblazer. Hij vervult een belangrijke rol in elk orkest.
Soms wordt ook een kornet gebruikt, vooral omdat deze warmer klinkt dan een trompet. De bouw lijkt erg op de trompet maar is compacter van bouw. Ze hebben allebei 3 ventielen en hebben dezelfde toonhoogte. Ze behoren allebei tot het klein koper
De hoorn bestaat simpel voorgesteld uit een mondstuk met daaraan een opgerolde buis
die uitmondt in een klankbeker. Bij de jachthoorn is het niet meer dan dat. Bij deze hoorns kan men alleen een beperkt aantal noten spelen. In de eerste helft van de 19e eeuw werden de ventielen uitgevonden waardoor alle noten kunnen gespeeld worden. De hoorn klinkt rond en donker en behoort daarom tot het groot koper.
De trombone heeft een klankbuis die bestaat uit 2 buizen die over het grootste deel van hun lengte in elkaar kunnen geschoven worden.
Samen met het veranderen van de lipspanning wordt door het verlengen of verkorten van de buis de toon lager of hoger. Bij de tenortrombone, die in onze harmonie het meest wordt gebruikt, zijn nog enkele bochten toegevoegd. Door een ventiel te gebruiken kan men deze bochten inschakelen waardoor de lengte groter wordt en het bereik naar onder wordt vergroot. Door het schuiven van de buizen kan de trombone een perfecte glissando spelen wat dikwijls voor een humoritisch effect zorgt. De trombone klinkt warm en krachtig en is ideaal voor dramatische effecten en behoort tot het groot koper.
De bariton, het euphonium en de (bas)tuba zijn opvallende koperblazers in onze harmonie. Het zijn instrumenten die sterk op elkaar lijken. Het grootste verschil zit in de grootte van het instrument. De bariton heeft 3 ventielen het euphonium en de bastuba hebben er vier.
De bariton en het euphonium zijn ongeveer gelijk van toonhoogte en bereik maar de constructie van de buizen is verschillend. Hierdoor klinkt de bariton lichter en helderder en lijkt hij hoger te klinken. Hij vervult meestal een ondersteunende rol.
De bastuba is veel groter dan de vorige. De klankbuis is ongeveer 5,5m lang. Zoals de naam zegt speelt de bastuba de baspartij. De klank is zeer diep, vol, rond en dragend. ze geeft het orkest fundament en kracht.
De bastuba en de basklarinet zijn instrumenten die elkaar perfect aanvullen. Qua toonhoogte liggen ze gelijk maar de bastuba kan dieper en de basklarinet kan verder in de hoogte.
De tuba geeft kracht en gewicht, de basklarinet is flexibeler in melodie.

n 


Frank Vantroyen was rond de eeuwwisseling een tiental jaar dirigent van onze Koninklijke Fanfare Sint-Cecilia.